backpacker

Waarom backpacker niet een naam is die mij past

leestijd: 4 minuten

Reizen met een backpack, naar onbekende bestemmingen, is wat ik het liefste doe. Met de rugzak op, in het openbaar vervoer en tussen de lokale bevolking, in Azië, het Midden-Oosten of Zuid-Oost Europa avonturen beleven. Ook al maken we regelmatig een keer een roadtrip of stedentrip, elk jaar reizen we toch ook wel een keer backpackend ergens rond. Dat is wat ik 20 jaar geleden al de leukste manier van reizen vond en dat is niet veranderd. Toch heb ik me nooit een backpacker gevoeld, zelfs niet toen we anderhalf jaar door Azië en het Midden-Oosten reisden. Lowbudget en zonder te weten waar we de dag erna zouden slapen. In zekere zin heb ik me, juist toen, vaak aan backpackers geïrriteerd.

Backpackers zijn minder zelfstandig dan je zou verwachten

Op reis hebben we zo nu en dan het genoegen gehad om onszelf helemaal onder te dompelen in de backpack-wereld. Op de boot van Nong Khiaw naar Muang Ngoi Neua in Laos bijvoorbeeld, die vrijwel helemaal bevolkt werd door andere reizigers. Ook in de bekende wijk Thamel, in de Nepalese hoofdstad Kathmandu en op de nightmarket in het Noord-Thaise Pai lukte dat aardig. Lonely Planet in de hand en allemaal slapen bij één van de getipte hostels en eten in één van de vermelde restaurantjes. Hostels en restaurantjes waar je andere backpackers kan ontmoeten, om informatie te delen over de must-sees, de must-stays en de must-do’s van elke plek. Tot mijn verbijstering stapten ze zelfs liever in de luxe touristenbus, dan de lokale boemel.

backpacken met lokale bevolkingToen en nu reizen wij liever met de lokale bevolking mee

Soms liep ik rond met het beeld dat ze allemaal in een lange kolonne, als mieren, achter elkaar aan sjokten.. meestal met een indrukwekkend formaat rugzak. In Azië is namelijk niks te koop, je wilt je laptop tóch wel bij je hebben en je favoriete crème, schoongewassen zijden lakenzak en schoenen voor elke gelegenheid zijn blijkbaar essentieel om jezelf happy te voelen. 😉

En dat terwijl het zo eenvoudig is

Waar we zelf vijftien jaar geleden nog de Lonely Planet gebruikten, om een vaag idee van onze route te hebben en wat suggesties qua bezienswaardigheden, gaan we nu standaard op reis zonder reisgids. Wat we destijds ook al deden, als aanvulling op de Lonely Planet, doen we nu nog veel meer: informeren bij de lokale bevolking waar het mooi is en wat we zeker niet mogen missen. Op internet stel ik vooraf de route samen, nadat ik veelvuldig naar mogelijke reisroutes en bestemmingen gezocht heb, in combinatie met woorden als “off the beaten track” en “undiscovered”.

Ook onze manier van accommodatie selecteren is nog niet veranderd. Wij slapen het liefst zo ver mogelijk bij drukke backpackers-centra vandaan en kiezen voor guesthouses en homestays die slechts een paar kamers verhuren aan toeristen. Sinds we met onze kinderen reizen kiezen we trouwens wel eens vaker voor een appartement, maar slapen bij lokale families is eigenlijk altijd een succes. In Kuta, Lombok bijvoorbeeld, waar onze meiden uren speelden met de kinderen van ons gastgezin.

ons thuis op LombokOns thuis voor eventjes – op Lombok

Het vluchtige contact komt zelden verder dan standaard zinnetjes

“Helloooo, where are you from? Where do you go?” De gebruikelijke zinnen waarmee we door backpackers in hostels worden begroet zorgen voor een allergische reactie. Vooral tijdens onze lange reis hebben we daar na een aantal maanden stevig last van. We willen best even vertellen waar we vandaan komen, waar we naartoe gaan en of we nog interessante tips hebben. Als we daarna ook even leuk kunnen babbelen over belangrijkere of in elk geval meer interessante onderwerpen. Helaas blijft zo’n gesprek vrijwel altijd uit.

Volgt er na die paar standaard zinnetjes geen afscheidsgroet, dan lijkt de rest van het gesprek er 9 van de 10 keer alleen op gericht om even lekker op te scheppen. Over hoe lang je al op reis bent (altijd langer dan de ander), hoe weinig geld je per maand uitgeeft aan je reis (dit lijkt een hoger doel bij sommigen) en hoeveel landen je al gezien hebt (meestal veel te veel in te weinig tijd naar mijn smaak). Heel eerlijk.. meestal verlies ik binnen een paar minuten mijn interesse en doe ik een poging een goede smoes te bedenken om alsnog afscheid te kunnen nemen. Omdat ik niet zo heel erg goed ben in het verzinnen van smoezen.. reizen, eten, slapen en spelen we gewoon het liefst lekker lokaal. Gesprekken met de lokale bevolking, over hun leven en ervaringen, kunnen me nooit lang genoeg duren.

zo lokaal mogelijk reizenZo lokaal mogelijk reizen, eten, slapen en spelen

Wij zijn gewoon a-sociaal

Meestal slapen we dus op plekken waar niet al te veel backpackers op een kluitje zitten, maar soms heb je geen keus. Of je ontdekt pas later dat je beter een andere plek had kunnen nemen, zodra de rest van de gasten thuis komt. Dan duimen we heel hard dat “where do you come from, where do you go” gesprekken ons bespaard blijven. En dat er dit keer geen gezellige backpackers-meeting pal vóór onze kamerdeur is, rond de tijd dat wij net willen gaan slapen. Op de één of andere manier hebben we dat genoegen altijd net op dagen dat we de volgende dag al heel vroeg een bus of trein moeten halen.

Als we dan weer een keer met onze neus in de boter zijn gevallen verschansen we ons vaak in onze kamer, iets dat met kinderen in ons kielzog een stuk lastiger is geworden. Die bewegen nou eenmaal graag, dus spelen ze in de tuin, of de omgeving van de accommodatie lekker buiten. Je kunt dus wel stellen dat we wel een stuk socialer zijn geworden sinds we kinderen hebben, haha.

treinreizenEen aantal erg vroege treinreizen van afgelopen jaren

Backpacken zonder backpackers

De steeds terugkerende irritatie, in combinatie met het plezier dat we er juist van hebben om te slapen op plekken zónder andere backpackers, is denk ik de grootste reden dat ik mezelf nooit een backpacker gevoeld heb. Toch backpacken we nog steeds graag. Het liefst zoeken we unieke plekjes, die niet in de reisgids staan, waar echt nog wat te ontdekken valt. Dat soort plekken zijn tegenwoordig steeds zeldzamer, dus doe ik steeds beter mijn best om ze te vinden. En daarvoor hoef je heus niet altijd naar de andere kant van de wereld. In Georgië bijvoorbeeld hebben we een aantal weken gebackpackt, in de leukste homestays geslapen, de gaafste ritten in het openbaar vervoer gemaakt en maximaal genoten.

Category: PersoonlijkRondreizen

Tags:

Reageer!


7 comments

  1. Ik ben eigenlijk ook geen backpacker. Ik ben een backduffelaar of een duffelpacker. Ik reis namelijk altijd met een grote gele Northface duffelbag. Zonder wieltjes en stang, want die zijn voor ouderen 🙂

  2. Herkenbaar. Aan die slaapzalen heb ik me ook nooit gewaagd. Maar ik heb toch wel regelmatig mensen ontmoet met wie het wel interessant vertoeven is. En met wie ik zelfs ben verder gereisd. Maar dat gebeurde altijd op plekken die wat off the beaten track waren. In Tibetaans China, Maleisisch Borneo. Van die plekken met nog drie tot vijf andere toeristen. Vaak mensen met een verhaal, vaak ook alleen op pad. Het scheelt of je hostels vol hebt of dat je in een lokaal tentje ineens wat toeristen ziet. Hoe verder weg, hoe beter volk…

    1. Ik denk dat je gelijk hebt. Op de meer afgelegen plekken hebben wij ook echt wel leuke mensen ontmoet. Een goede reden om nog meer te kiezen voor plekken die niet op de toeristenroute liggen. 🙂

  3. Haha, dat komt me behoorlijk bekend voor. Ik reis ook al zo’n 30 jaar met rugzak, maar heb me nog nooit gemengd met andere backpackers. Hooguit op een dagtrip dan, omdat het niet anders kon. Wij hebben in het verleden, door gebrek aan een andere optie, vaak privé-kamers gebruikt in hostels. Een bunkroom vond ik op mijn 18e al vreselijk. Die ‘bijzondere’ sfeer binnen en buiten de kamer in het hostel is zeker niet de mijne. Ieder zijn ding natuurlijk, maar ik meng me liever met de lokale bevolking dan dat ik in een hostel blijf hangen. Ach, ik klink nu waarschijnlijk als een oude zeur… 😉