Turpan China

Turpan in China – zeker niet overslaan

Geschatte leestijd: 11 minuten

Turpan is de laagstgelegen plek ter wereld en wordt weleens de oven van China genoemd. In de zomer wordt het hier met gemak 50 graden. Zelfs aan het begin van de zomer, als wij in Turpan zijn, kunnen we tussen 12 en 5 eigenlijk nauwelijks buiten komen door de hitte. Met een kleine aanpassing in je dagritme kan je echter van 8 tot 12 en van 5 tot 8 Turpan, en ook haar omgeving, prima verkennen. Dwalend door de stad en toerend daarbuiten kijk je je ogen uit! Wat wij in onze 4 dagen in oasestad Turpan beleefden lees je hier:

Naar Turpan

Turpan ligt in de desolate autonome regio Xinjiang, dat in 1949, net als Tibet, door China werd ingelijfd. Wij zijn Xinjiang via het aan de Oostkant gelegen Hami binnen gekomen en reizen van daaruit met de bus naar Turpan.

Als we even voor half 9 op het busstation van Hami aankomen blijken de “several buses” naar Turpan beperkt tot slechts 1 bus per dag en wel om half 11. En wat kan je tijdens 2 uur wachten nou beter doen dan een meloen eten? We nemen er dus nog eentje, vóór een lange tocht door de woestijn begint. Enorme, platte stukken zand en kiezels, met in de verte besneeuwde toppen van hoge bergen worden afgewisseld met groenere delen vol gras en metershoge zandduinen in grillige vormen. Een enkel woestijnstadje is de enige bebouwing die we zien.

reis naar Turpan door de woestijnOnze reis naar Turpan door de woestijn

Regelmatig staan er politiecontroles aan de kant van de weg, die alles wat rijdt steekproefsgewijs controleren. Drie keer zijn wij ook aan de beurt en “toevallig” wordt de enige Oeigoer in onze bus er steeds uitgepikt. Eén keer moet hij zelfs meelopen naar een kantoortje en staat de hele bus een kwartier stil. De laatste controle is er één waarbij gewapende politie met hun enorme geweer de bus inkomt. Zodra onze witte neuzen zijn gesignaleerd wordt de baas er zelfs bij gehaald, die onze paspoorten langdurig bestudeert. Blijkbaar kan hij niks vinden wat niet klopt, want we mogen door, terwijl we ergens een “neh….nehnehnehneh” voelen opkomen.

Als we aan het begin van de avond in Turpan aankomen blijkt dat budget-accommodatie hier niet makkelijk te vinden is. Uiteindelijk worden we gespot door een rijdend tourbureautje, dat ons bij een bevriend hotel een goeie kamer aanbiedt voor weinig als we willen overwegen ergens in de komende dagen een tour met ze te ondernemen. Prima, dat overwegen we wel. Zij blij, wij blij!

Eerste verkenning van Turpan

Onder een strakblauwe hemel en met een heerlijke nan (brood) met ui als ontbijt in de hand lopen we via de Moslimwijk naar de Emin Minaret. Ezelskarren vol prachtig geklede vrouwen, met mannen met een dopa op hun hoofd op de bok, komen ons tegemoet. Jongetjes spelen op straat met blaaspijpjes en papieren pijlen.

Turpan eerste ontdekkingEerste ontdekkingstocht door Turpan

Als we soms even binnen gluren door de openstaande poorten zien we gezellige binnenplaatsjes, overdekt met druivenstruiken. Op straatstalletjes worden meloenen verkocht en groenten, zoals enorme tomaten en bonen van wel een halve meter lang. Stromend water is er nog niet, dus de vrouwen doen de was in het stroompje naast de huizen, waar ook de kinderen uit drinken en zich in wassen. Vóór de huizen en zelfs op het dak van een enkel huis staan bedden, waar ’s avonds op gezeten wordt en ’s nachts op geslapen. In de huizen, die in tegenstelling tot onze hotelkamer geen airco hebben, is het dan nog veel te warm.

Na een half uurtje komen we bij de Emin Minaret, compleet opgebouwd uit bakstenen, maar met de mooiste patronen. Vanwege de belachelijke entreeprijs gaan we niet naar binnen, want vanaf de akker vol druiven er pal naast heb je al een prachtig uitzicht op de minaret en de bijbehorende moskee. We dwalen nog wat rond tussen de lemen schuurtjes, gebouwd om druiven aan de lucht te kunnen drogen. Het enige verkeer dat we tegen komen is zo nu en dan een ezelkar.

Terug in het centrum van Turpan lopen we nog wat door de stille achteraf-straatjes, waar het enige geluid van een paar spelende kinderen op een erf en een koekoek in een boom komt. Die koekoek past hier wel.. als het tenminste een Chinese vogel is: een beetje de nesten van andere vogels inpikken en de eieren van die ander kapot maken.

Turpan Emin minaretTurpan rondom de Emin minaret

’s Middags wordt het erg warm en blijven we binnen. Als we tegen de avond weer buiten komen, op de night market, valt het ons op hoe ontzettend de Oeigoeren op Europeanen lijken. Ze bakken ook allerlei soorten brood en cake, houden net als wij van lekkere toetjes van koeienmelk en maken snoepjes van chocola en rozijnen. Ook de gezichten zijn soms verrassend Europees, een enkeling heeft zelfs blauwe ogen.

Op de fiets van Turpan naar Jiaohe.. en terug

We staan vroeg op. Voordat het echt heet wordt, willen we terug zijn voor een siësta, maar het huren van fietsen heeft iets meer voeten in aarde dan verwacht. Zo is het toch al bijna half 10 en al lekker warm als we Turpan uitfietsen. We gaan naar Jiaohe, een oude, verlaten stad in de woestijn.

Onderweg zien we overal marktjes en zijn mensen bezig met de oogst. Paarden- en ezelkarren met vrolijk zwaaiende mensen komen ons tegemoet en zo zijn we al gauw 11 kilometer verder. Als we de entreepoortjes door zijn en de souvenirstalletjes achter ons hebben gelaten zien we helemaal niemand meer. De rust, de goeie staat van sommige van de oude, lemen huizen en de uitgestrektheid van de stad zijn bijzonder indrukwekkend.

Jiaohe vanuit TurpanOp die fiets van Turpan naar Jiaohe en dan te voet op ontdekking

Deze bijzondere reis maakten wij alweer een paar jaar terug. Het totaal verlaten Jiaohe staat inmiddels wat meer op de toeristenkaart en je kan zelfs in een golfkarretje rond gereden worden. Toch zeker nog zeer de moeite waard en zeker niet overlopen!

We kunnen ons de mensen die hier twee eeuwen geleden gewoond hebben goed voor de geest halen, met name omdat er aan de bouw van huizen niet zo heel veel veranderd is. We raken maar niet uitgekeken en zien telkens weer een nieuw fotogeniek hoekje achter de volgende bocht. Eindelijk eens een bezienswaardigheid waarbij we niet het gevoel hebben beroofd te zijn zodra we de ingang achter ons gelaten hebben en de kitscherige Chinese kermis zien waarin de attractie omgetoverd is. Jiaohe is echt de moeite waard. Tegen 12 uur wordt het dan toch echt te warm en na een kijkje in het museum met opgravingen uit de stad én een pauze op een terrasje stappen we weer op onze fietsjes. Gek is dat.. we ontdekken elke keer pas op de terugweg dat de weg die we gekomen zijn licht helt. Uiteraard de verkeerde kant op als we naar huis fietsen over de stoffige weg. Redelijk bezweet komen we een uur later in Turpan aan.

Pas na vijven gaan we weer naar buiten, maar zelfs dan is het nog te warm om wat te fietsen. Al snel geven we onze tocht door de oude straatjes van Turpan op, maar op enkele straathoeken genieten we van wat tafereeltjes met de lokale bevolking. Pas na acht uur is het een beetje te doen buiten en op de nightmarket eten we onze buiken weer rond voor een paar euro.

Turpan lokale bevolkingTurpan is heet en stoffig, maar de lokale bevolking zo vriendelijk

Tuyoq Valley als tour vanuit Turpan

Vandaag willen we graag naar de Tuyoq Valley, waarvan het rijdende tourbureautje, dat ons dagelijks lastig valt of we nu eindelijk een tour willen doen, ons verteld heeft dat het een oud Oeigoerdorp moet zijn. De bus komt niet op deze plek, dus dingen we af op een taxibusje dat met ons erheen wil rijden. Nog een ontbijtje kopen op de bazaar en daar gaan we dan, weer zo’n 60 kilometer door de woestijn. Onderweg genieten we van het dorpse leven in de kleine plaatsjes die we passeren en het uitzicht op de “Flaming Mountains”, die er inderdaad erg rood uitzien en met een beetje fantasie een patroon van vlammen lijken te hebben. Op een bepaald punt staat er een hek voor de kilometers lange berg, waar een bordje met “40 Yuan” boven hangt. Wat voor gedachtegang de projectontwikkelaar precies heeft gehad die dit hek plaatste is ons niet echt duidelijk. Je kunt vanaf elke plek in de wijde omgeving van hetzelfde uitzicht genieten, dus waarom zou je daar 40 Yuan voor betalen?! Zo dom zijn zelfs Chinezen niet en dat is te zien aan de complete afwezigheid van bezoekers.

Een kilometer of vijf voor de Tuyoq Valley wordt bij een zoveelste politie-checkpoint ons paspoort bekeken en worden onze gegevens genoteerd. Dat wil zeggen dat we zelf onze gegevens voor ze noteren, want hier in China lijkt niemand ooit enig idee te hebben welke van die vreemde letters nou onze naam vormen en waar toch de rest van de gegevens te vinden zijn. Het ongebruikte Chinese visum in Yvonne’s paspoort zorgt telkens voor nog meer verwarring en de zoektocht in onze paspoorten is dan ook altijd een erg schattig tafereel.

onderweg naar Tuyuqonderweg naar Tuyuq

Hoe Tuyuq ons met een nare bijsmaak weer laat vertrekken

Een paar minuten later rijden we weer en al gauw stoppen we op een gloednieuwe parkeerplaats, waar we ook onze kaartjes kopen. Door de kaartjes-controleur worden we het dorp in gestuurd, waar een keurig hek omheen staat. Er bekruipt ons een dierentuin-gevoel. Het is erg onduidelijk waar we nou heen moeten en we lopen wat door het dorp rond. Twee mannen vlechten een touw, een jongetje komt voorbij met een enorm lam op z’n armen en overal hangen partjes meloen te drogen. Als we foto’s willen maken zijn we nogal verbaasd dat dit op een nukkige manier geweigerd wordt, ook al willen we “slechts” een foto van een huisje maken. We missen de Oeigoer-vriendelijkheid hier volkomen en vragen ons af wat er aan de hand is. Ze zijn hier duidelijk niet erg gesteld op toeristen. Nors worden we aangekeken en op onze begroeting wordt haast niet geantwoord. Dit zijn we helemaal niet gewend in deze streek. Vreemd… het dorpje en de vallei zijn schitterend en zeer fotogeniek, maar iets lijkt er niet te kloppen.

Tuyuq valley vanuit TurpanIn tegenstelling tot Turpan wil in Tuyuq niemand op de foto

Verschillende keren worden we een bepaalde kant uit gestuurd en na een tijdje zien we aan de rand van het dorp een nieuw, houten pad, aan de zijkant van een stroompje. We volgen het pad, het dorp uit en de zogenaamde vallei in, en na een kwartier wordt ons de waarschijnlijke reden van de boosheid van de bevolking duidelijk: het nieuwe pad, voorzien van grote Chinese karakters en overduidelijk weer een Chinees project, leidt via een gloednieuwe trap naar een serie grotten hoog in de bergwand. Aan de kant van het pad staan nagemaakte Oeigoer woningen, grote plastic kamelen en er wordt een waterrad (?) gebouwd. Dat de Oeigoer-bevolking van dit hele Chinese toeristencircus geen cent krijgt moge duidelijk zijn.

Wel is een enkeling in dienst genomen en met hangende schouders laat de sleutelbewaarder van de afgesloten grotten ons de “duizend Buddha Grotten” zien. Hoe mooi de rotsschilderingen en de hele omgeving ook zijn, voor ons is de lol er een beetje af. We kijken nog even bij de oude gebouwen en de Moskee aan de overkant, waar we door een oud mannetje schoorvoetend worden toegelaten, en rijden dan terug naar de stad. Onderweg zeggen we niet veel, we hebben beiden een nare bijsmaak overgehouden aan dit uitje en hebben het idee dat we 100 keer beter in één van de andere dorpjes, die we onderweg tegen kwamen, hadden kunnen stoppen, om een echt lokaal dorp te bezoeken.

Tuyuq en de omgeving van de 1000 Buddha grottenTuyuq en de omgeving van de 1000 Buddha grotten

De rest van de dag doen we niet veel meer, maar ’s avonds eten we voor een paar euro weer heerlijk op de bazaar. Al gauw worden we weer omringd door vriendelijk lachende mensen, die graag even contact maken en steeds voor een geintje in lijken. Deze bazaar is echt een feest voor de zintuigen, met een mengeling van geuren, kleuren en geluiden. Heerlijk om hier uren rond te dwalen en mensen te ontmoeten. We zouden makkelijk nog een paar dagen langer in Turpan hebben kunnen blijven, al was het maar voor de bazaar, maar de volgende dag reizen we verder Westwaarts, richting Kyrgyzstan. We hopen ooit nog eens terug te komen in deze bijzondere stad.

In de omgeving van Turpan zijn nog een paar bezienswaardigheden die een bezoek waard zijn. De ruïnes van Gaochang en de graven van Astana zijn een mooie combi, eventueel ook samen met Tuyuq en de flaming mountains, als langere dagtrip.

Ben jij weleens in Xinjiang geweest?

Category: ChinaRondreizenVerre Reizen

Tags:

Reageer!


One comment