met wie moeten ze nou spelen

Met wie moeten ze nou spelen?

Geschatte leestijd: 4 minuten

“Kijk nou, volgens mij zitten daar nog andere Nederlandse kindjes!” Enthousiast horen we een blonde vader dit tegen één van zijn beide kinderen zeggen, als we in een restaurantje op Lombok zitten te eten. Een blond meisje rent ogenblikkelijk op onze eigen kinderen af. “Eindelijk kan ik weer met iemand spelen” verzucht ze. Verbaasd kijken onze meiden haar aan. Of ze dan niet met alle andere kinderen gespeeld heeft hier. Nee dus, want er zijn hier geen Néderlandse kinderen. Als we haar vertellen dat je met Indonesische kinderen ook prima kan spelen kijkt ze alsof we iets heel geks gezegd hebben. Haar ouders ook trouwens. “Ja maar, die versta ik niet” roept ze nog over haar schouder, voordat ze met onze kids in een hangmat duikt om te “schommelen”.

Even eerder…

Voordat we naar dit restaurantje gingen hebben onze meiden, bijna 4 en bijna 6, tot het donker werd buiten gespeeld op het erf van onze homestay en dat van de achterburen. Daar woont namelijk het buurmeisje dat onze oudste nu haar beste vriendin noemt. Ook twee andere buurmeisjes speelden mee. Het tweejarige zoontje van de eigenaar en een vriendje hobbelden er in een hemdje en blote billen achteraan, te schattig om te zien. Er werd veel gelachen en in een mengeling van Nederlands, Indonesisch en Engels gecommuniceerd. Enthousiast werd er gestoeid, verstoppertje gespeeld, met ballen overgegooid en filmpjes bekeken van één van de Indonesische meisje-Djamila’s. Die blijkt hier ook gewoon glitterlijm te mengen en nagellakjes uit te testen!

spelen met kinderen in en om onze homestayspelen met kinderen in en om onze homestay

Liever spelen met kindjes die dezelfde taal spreken

Het spelen met andere kinderen op reis is voor onze meiden nooit een issue geweest, op een natuurlijke manier ontmoeten ze altijd wel weer vriendjes. En wat voor taal die ook spreken, ze kunnen plezier met ze maken. Tot mijn verbazing zag ik op een forum voor reizende ouders eens een oproep om af te spreken met andere reizende gezinnen, omdat de kinderen dan weer eens lekker konden spelen. Op mijn reactie dat dit toch niet echt nodig is kreeg ik te horen dat kinderen vanaf een jaar of 5 of 6 de taal veel belangrijker gaan vinden en dat het dan echt noodzakelijk is om eens af te spreken met andere Nederlandse of desnoods Engelssprekende kinderen. Ze zouden vanaf die leeftijd liever spelen met kinderen die dezelfde taal spreken. Wellicht is onze oudste een laatbloeier, want we hebben daar ook tijdens onze Indonesië reis weer niks van gemerkt.

Spelen nog nooit een probleem

Een aantal dagen na de ontmoeting met het Nederlandse meisje in het restaurant, na de aardbeving op Lombok, slapen we bij een gezin thuis. Met de poes van deze familie spelen Vera en de dochter des huizes vader- en moedertje. De dames lijken elkaar uitstekend te begrijpen, ook al spreken ze maar weinig van elkaars taal. Ook met het meisje dat we een aantal weken daarvoor op Java ontmoetten klikte het meteen goed. We gaan een dag met haar en beide ouders op pad, een spontane actie, en de meisjes zijn alle 3 content met elkaars gezelschap en ze hebben nog altijd contact met elkaar via de app. Een paar dagen daarvoor blijkt het ook al geen probleem om aansluiting te vinden bij een groep meiden die Uno zitten te spelen op het terras van het “dorpszwembad”. Eigenlijk hebben onze meiden bijna dagelijks wel ergens lekker gespeeld in Indonesië, net zoals ze dat een jaar eerder in Georgië deden en het jaar dáárvoor in Sri Lanka.

spelen kan altijd en overalspelen kan altijd en overal op reis

Een Probleem gecreëerd door ouders?

En zo krijg ik toch steeds meer het idee dat het probleem met wie ze nou moeten spelen vooral een probleem is dat door ouders gecreëerd wordt. Als je als ouders veel contact hebt met de lokale bevolking in een land en je mengt tussen de bewoners zullen je kinderen dat ook eerder doen. Na een paar weken in Indonesië spreken onze beide meiden wel een paar woordjes Indonesisch en hun Engels is met sprongen vooruit gegaan. Genoeg om grapjes te maken en te begrijpen, zeker met de kindjes die ook wat Engelse woordjes verstaan. En dat zijn er best heel wat tegenwoordig! Wie weet moet ik er volgend jaar op terug komen, maar vooralsnog lijkt het vrij makkelijk om speelkameraadjes te vinden. Waar we ook zijn.

Hoe is dit bij jouw kinderen? Maken ze makkelijk vriendjes in andere landen, of is het toch lastiger dan het mij lijkt?

Category: KidsPersoonlijkVerre Reizen

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


8 comments

  1. Soms vinden ze het moeilijk en soms gaat het vanzelf. Ze zijn in elk geval dapperder dan ik vroeger was. Ik durfde echt niet zomaar op vreemde kinderen af te stappen, zelfs niet als ze Nederlands waren.
    Mijn zoontje liep echter gewoon met een paar woorden Spaans die ik hem even geleerd had richting een groepje Spaanse kinderen en mocht in no time meedoen. Soms spelen ze eerst in de buurt en langzaamaan gaat het in elkaar over.
    Het feit dat ze deze vakantie desondanks niet veel vriendjes hadden lag meer aan de manier van reizen (steeds heel kort op 1 plek en vrijwel geen accommodaties waar andere kinderen waren) dan puur aan de taal. Wel hebben ze samen veel gespeeld en dat was ook goed. Ze hebben het nu niet gemist, maar vorig jaar (gewoon in Nederland) merkte ik dat ze die contacten wel heel leuk vonden.

    1. Ik kan me voorstellen dat het een stuk lastiger is als je maar heel kort op elke plek blijft. Wij zijn overal minimaal 3 nachten en vaak meer.. dan is het toch anders en zien ze kinderen ook elke dag opnieuw.

  2. Grappig welke visie sommige mensen hebben. Ik heb collega’s die het liefst in Nederland blijven omdat hun kids dan makkelijk kunnen spelen. Dat heb ik nooit echt begrepen.

  3. Goed stuk Yvonne! Ik reis zelf niet met kinderen, maar als ik kinderen op reis uit diverse culturen met elkaar zie spelen kan ik daar alleen maar met een glimlach naar kijken. Kinderen spelen in hun eigen fantasiewereld prachtig om te zien.

    1. Ja toch?! Jammer alleen dat die fantastiewereld steeds kleiner wordt, als de kinderen groter worden.. misschien dat het daardoor lastiger wordt met grotere kinderen.. we zullen het zien. 🙂

  4. Leuk artikel! Lars is nu 10 maar heeft nooit een probleem gemaakt met spelen met kinderen uit andere landen; eigenlijk spelen ze overal ter wereld toch wel min of meer hetzelfde. Wel merken we verschil in hoe hij communiceert. Toen hij een jaar of 3-4 was sprak hij vrolijk Nederlands en de andere kindjes hun eigen taal en gingen ze er gewoon vanuit dat de ander hun verstond. Later kwam het besef dat dat niet zo was en werd het meer met gebaren en een soort taalmix “beetje Engels/Spaans/Nederlands/plaatselijke taal”. Vorig jaar werd een mix van Nederlands, Engels en Tamil “secret language” genoemd 😂. Heerlijk! Ook al vindt hij kinderen van zijn eigen leeftijd het leukst om mee te spelen, in Colombia noemde hij zowel een jongetje van 4 als een backpacker van 18 zijn vrienden. Hopelijk blijft dit zo en verandert het niet straks in de puberteit.
    Leuk dat jouw meiden ook zo makkelijk contact maken!

    1. Haha, ow ja.. die “vrienden” overal.. herkenbaar. Vorig jaar was een jongere gast in de bediening van een restaurantje waar we 3 keer gegeten hebben Vera’s “vriend”. Tranen met tuiten dat we daar weg gingen en hem nooit meer konden zie-hien… 🙂