Jiayuguan

Jiayuguan, waar China ooit ophield

Geschatte leestijd: 12 minuten

Na een week aan de rand van het Tibetaanse plateau reizen we verder naar Jiayuguan. Van de bergen naar de woestijn dus, want in Jiayuguan sta je op het randje van de Gobiwoestijn. Wat daar dan voor bijzonders te doen is? Onze voornaamste reden om naar Jiayuguan af te reizen is dat hier de Chinese muur haar meest Westelijke punt bereikt en in een droge zandvlakte ophoudt te bestaan. Ooit hield China hier op. Dát willen we met eigen ogen zien natuurlijk.

Perikelen op het station en in de trein

De regen is ondanks de voorspellingen toch opgehouden en bij een waterig zonnetje lopen we naar het station. Onderweg verbazen we ons hier en daar toch weer over de bijzondere weggebruikers die we zien. De gebruikelijke beveiliging van een metaaldetector, een bagageband met check en een enkel agentje is hier aan de rand van het Tibetaanse plateau een stuk scherper met een hele ploeg aan politiemannetjes, elk met een eigen auto met zwaailichten paraat. Verwachten ze soms een opstand of een bestorming van het stationsgebouw, omdat er gisteren door 2 nieuwsgierige Nederlanders vanuit het internetcafé aan de overkant veelvuldig gezocht is naar “Dalai Lama”? Nou, die vertrekken alleen naar Jiayuguan vandaag. Of is dit de gebruikelijke gang van zaken als de trein uit Lhasa bijna binnenkomt? Gisteren in de kaartjesrij werd ook alle Tibetanen al naar hun identiteitskaart gevraagd en hun persoonsgegevens werden nauwkeurig in een handcomputertje genoteerd. Waarom?

onderweg naar de trein naar Jiayuguanonderweg naar het station verbazen we ons weer eens over enkele medeweggebruikers

Ruim op tijd komt de trein binnenrollen en we maken eerst ruimte voor de vele Tibetanen die hier uitstappen. Dit is het laatste station op hun grondgebied, voor de trein écht China in gaat, ook al denkt China zelf daar anders over. Eenmaal in de trein vinden we onze plaatsjes helemaal aan het eind van de coupé. Ik sta net de tassen in het bagagerek te schuiven, bovenop mijn stoel, maar wel volgens Chinees gebruik keurig met de schoenen uit, als een dikke Chinees naast me komt staan ahummen. Volgens Peter wil hij er misschien langs, maar er is ruimte zat. Ik maak geen aanstalten om van de stoel af te gaan en dan wijst de man haar op zijn kaartje: zelfde stoelnummer. Peter denkt dat er iets is misgegaan en dat we misschien in de verkeerde coupé zitten, mede door de arrogante houding van de man. Ik concludeer echter dat die man dan verkeerd zit, omdat dit echt coupé 9 is, onze coupé. Onder mijn subtiele “neh…nehnenehneh…” en duidelijk tot groot genoegen van een groepje Tibetaanse medereizigers, moet de man de hele coupé weer door naar nummer 8. Hij dacht die stomme Laowai (buitenlanders) te slim af te zijn, maar is nu zelf de oen.

Nog meer treinperikelen onderweg naar Jiayuguan

In deze trein zijn, net als op het station, alle bordjes behalve in het Chinees ook in het Tibetaans. Dit is weer een bevestiging van onze eerdere conclusie, maar we moeten toegeven dat het hele prestigeproject van de Lhasa-trein er werkelijk superstrak en hypermodern uitziet. Soepel glijden we met hoge snelheid door het landschap, waar we een paar dagen eerder in omgekeerde volgorde langs kwamen, als we ineens een groepje van 3 politiemannen opmerken die de kaartjes van de mensen achter ons controleren en in hun bagage snuffelen. Wat is dit nou weer?

Ook wij moeten onze kaartjes laten zien en nors wordt gevraagd welke tassen van ons zijn. Alles moet uit de bagagerekken en er wordt “open” geblaft. Nou, ga je gang hoor. We hebben niet veel op met dit hele machtsvertoon en laten de man die alles wil zien mooi zelf de tassen openmaken. De gemiddelde Chinees heeft geen backpack bij zich en het is duidelijk te merken dat de beste man er moeite mee heeft. Toch zet hij door en hij graait lekker met zijn hand tussen onze vieze onderbroeken. Yvonne grijnst naar de medepassagiers achter haar, maar laat het bijbehorende geluid nu toch maar even achterwege. Bij het dichtmaken van de eerste tas helpen we natuurlijk wel even uitgebreid mee. Dit duurt volgens de agent erg lang, voor ons een reden om het nog zorgvuldiger te doen en de tweede tas maakt hij met wat meer tegenzin open. Daarna houdt hij het maar voor gezien en de twee dagrugzakken worden geen blik maar waardig gekeurd. Hadden we daar nou net ons kleine, illegale Tibetaantje in zitten. Enfin, wij zijn op weg naar Jiayuguan, een flinke rit te gaan nog.

treinperikelen onderweg naar JiayuguanMeer treinperikelen onderweg naar Jiayuguan

Meteen verder naar Jiayuguan

Net na de middag komen we aan in Lanzhou, waar we de nacht willen doorbrengen, om morgen verder te gaan en de laatste 10 uur naar Jiayuguan af te leggen. We gaan meteen treinkaartjes kopen en sluiten aan in één van de lange rijen. Als we aan de beurt zijn blijken de kaartjes voor een dagtrein naar Jiayuguan op en pas over 4 dagen weer beschikbaar. We kunnen wel nog met een nachttrein mee, dus besluiten we meteen die avond een trein te nemen, want in Lanzhou is op toeristisch gebied verder weinig te beleven. Hoewel de 1000 Boeddha grotten wel mooi schijnen te zijn!

Bij onze aankomst in China, twee maanden geleden, hebben we ons de eerste paar hotels verwonderd afgevraagd wat toch eigenlijk de “o’clock room” was, die naast de single en double op elk bord bij de receptie vermeld stond. Ineens kregen we een heldere ingeving en vonden we uit dat dit een “hour-room” is, een kamer die je voor een uur kunt huren. We zagen daar persoonlijk nooit enig nut van in, maar nu lijkt zo’n “o’clock room” ineens de mogelijkheid te bieden nog even te douchen voor we de volgende trein in gaan. En wat denk je? In heel Lanzhou geen “o’clock room” te vinden! Na een uurtje zoeken geven we het op.

Als we nog wat rondgekeken hebben in het Islamitische deel van Lanzhou eten we in een lokaal restaurantje uitstekend voor 2 euro. Samen! Daarna vertrekken we naar het treinstation, waar we door met onze kaartjes te wapperen en Jiayuguan over onze lippen te proberen te krijgen het juiste perron vinden. Onze medereizigers in de softsleeper zijn dit keer twee aardige en vooral erg rustige Chinezen, dus we komen we nacht goed door.

lekker eten in ChinaWij aten heerlijk voor 2 euro in een lokaal restaurantje, dít ging ook ons te ver hoor 🙂

China blijft verbazen, ook in de trein

Bij het eerste daglicht worden we wakker en vanuit ons bedje kunnen we genieten van een rode zonsopkomst boven een bizar landschap van woestijn, oases en kale, steenachtige bergen in de verte. Het lijkt onze eerste blik op Mongolië wel: prachtig. Als we in de gang de uitzichten aan de andere kant aanschouwen wordt in het openstaande huisje van onze buren alweer de eerste peuk aangestoken. Roken is in de trein, zeker als er airco is, streng verboden. Peter maakt daarom duidelijk dat het hem beter lijkt dat de roker even naar één van de tussenstukken gaat, waar roken wel is toegestaan. De man staart met openhangende mond onze kant op en lijkt niet echt van plan enige actie te ondernemen. Ik doe zelf ook nog een poging met gebaren duidelijk te maken wat we willen, maar ook ik krijg de openhangende mond met bijbehorende domme blik. Tijd voor een juf-momentje! Ik loop het hok binnen, pak de peuk en maak hem voor de man uit, om vervolgens weer in de gang te gaan zitten. De man in kwestie lijkt niet echt te beseffen wat er gebeurt, maar zijn maat loopt even later toch maar met een peuk naar het balkon, om daar te roken. Het verhaal van de Laowai, die de huiskamer van de landgenoten binnen is gegaan, om daar “iets” te doen, doet de resterende treinrit herhaaldelijk zijn ronde door de gang.

zonsopkomst trein naar JiayuguanGenieten van de zonsopkomst boven dít landschap vanuit je bedje is onbetaalbaar

Eindelijk in Jiayuguan

Rond half 8 komen we aan in Jiayuguan en handig ontwijken we het welkomstcomité van taxichaufeurs, dat ook hier weer paraat staat om ons voor een “cheap price” naar het centrum te brengen. Wij stappen in bus 1 en vragen de bijrijdster ons voor een bepaald hotel eruit te laten. Het hotel is niks, maar aan de overkant vinden we wel een kamer. Het weer is nog altijd helder en daarom gaan we gauw op pad. De zadels van onze huurfietsjes worden eerst op de markt, bij een fietsmaker, wat hoger gezet en dan kunnen we echt. Ons eerste doel is hét Jiayuguan Fort, een op Chinese wijze gerestaureerd verdedigingswerk bij het einde van de Grote Chinese muur. Onderweg doen we een lokaal marktje aan om wat fruit te kopen, iets dat hier duidelijk schaarser is dan waar we vandaan komen. Al gauw zien we het fort in de verte liggen en binnen een half uur zijn we er. Na elk ruim 10 euro te hebben afgetikt, een naar Europese norm redelijk bedrag, maar voor de gemiddelde Chinees toch een stuk meer dan hij op een dag verdient, mogen we de toegangspoort door.

Binnen in het Jiayuguan Fort

Het door moderne Chinese handen aangelegde meertje, waar nog druk aan wordt gewerkt om alles nóg netter en strakker te laten lijken, én het kinderpretpark laten we links liggen en we lopen direct naar de plek waar de oorpronkelijke muur met het fort hersteld zijn. Vanaf het enigszins kunstmatig aandoende fort hebben we een schitterend, helder uitzicht over de leegte van de woestijn, met daarin, als een lang lint, de oorspronkelijke muur van leem en daarachter de besneeuwde pieken van het Qilian gebergte. Aan de andere kant van het fort hebben we een iets minder mooi uitzicht op de industrie van Jiayuguan en zijn bijbehorende bruine smoglaag. We lopen een rondje over het fort (nee we willen niet boogschieten alsof we een Chinese krijger zijn, of op de foto in ridderkostuum en nee we hoeven ook geen postcards) om het splinternieuwe betonnen podium voor voorstellingen op de binnenplaats van alle kanten te kunnen aanschouwen.

Jiayuguan fortJiayuguan fort

Toch blijft het zicht op het bizarre, lege landschap het mooiste. Als we daarvan genoeg genoten hebben lopen we naar het naastgelegen Great Wall Museum. We kunnen ons niet echt interesseren voor de potjes en vaasjes die blijkbaar in de muur gevonden zijn en de Engelse bordjes tekst zijn ook erg beperkt. Al snel houden we het voor gezien.

Verder naar de niet te missen Overhanging Wall

We springen weer op onze mini-fietsjes en gaan op zoek naar de “scenic cycle route” die volgens onze reisgids de oude muur moet volgen, tot een deel van de muur dat de Overhanging Wall heet. De enige route die wij vinden is helaas een Dusty Route, die uiteindelijk overgaat in… helemaal niks. Daar staan we dan, in de zinderende woestijnhitte, te midden van kiezels, keien en rotsen. We keren om en nemen de gewone asfaltweg, die de laatste kilometers dwars door de woestijn gaat. Aan de linkerkant hebben we een steeds beter zicht op de oude, lemen muur en in de verte zien we het Mazong gebergte, met het steeds duidelijker wordende silhouet van de zogenaamde Overhanging Wall. Het is uiteindelijk verder fietsen dan we op het eerste gezicht dachten, maar we komen er.

Jiayuguan overhanging wall uitzichtHet is een hele fietstocht vanuit het centrum van Jiayuguan, maar zo de moeite!

Ook hier is de muur hersteld, maar dit is wat subtieler gedaan en met de natuurlijke materialen, dus veel mooier. Er zijn twee hellingen waar een stuk muur omhoog slingert, wij kiezen de minst hoge om te beklimmen. Het is toch nog een flinke klim naar de hoogste wachttoren, maar het uitzicht is het meer dan waard. Van boven op de toren hebben we een 360 graden zicht op de Mazong bergen om ons heen, de andere helling waar de muur omhoog klimt en vervolgens een enorm stuk grasland, de woestijn, de vieze industrie van Jiayuguan, het Fort én het Qilian gebergte. Wat een geweldig stukje China is dit!

Pittige tocht terug naar Jiayuguan

Weer beneden blijkt de wind daar ook flink aangetrokken en die komt pal uit de richting die wij uit moeten. De weg helt licht omhoog en onze fietsjes zijn nog steeds te klein, dus het is geen prettig fietstochtje. Anderhalf uur en heel wat pauzes later zijn we terug in de stad, waar we met moeite twee treinkaartjes regelen naar Hami. Er gaan treinen genoeg, maar die vertrekken allemaal midden in de nacht, óf ze komen midden in de nacht aan. Uiteindelijk verlaten we het station met twee hardsleepers voor morgenavond 00:08 uur. Geen ideale kaartjes en geen fantastische tijd, maar ook dit is reizen en we zijn al lang blij dat het vrouwtje achter de balie ons bleef proberen te helpen, ondanks de steeds langer wordende rij met dringende Chinezen achter ons.

Jiayuguan overhanging wallDe fietstocht terug naar Jiayuguan vanaf de overhanging wall is een pittige

Meest Westelijke Chinese muur

De volgende dag gaan we eerst informeren of er een bus gaat naar de meest Westelijke wachttoren op de muur. Deze toren, helemaal aan het einde van de muur, staat aan de rand van de woestijn en aan de voet van het Qilian gebergte. Hij is gebouwd op de rand van een afgrond, hoog boven de Taolai Rivier en zodoende onderdeel van een spectaculair landschap. Een bus gaat hier niet heen, zo begrijpen we van de weinige Chinese woorden die we inmiddels kennen en daarom nemen we een taxi.

De chauffeur is er zelf ook nog nooit geweest en vraagt of hij z’n zoontje mag meenemen. Even later rijden we dan met z’n vieren de stad uit en het fort dat we gisteren bezochten voorbij. De weg voert dwars door de dorre woestijn en op één plek zelfs dwars door de muur heen. Zou dit deel, zoals op meer plekken is gebeurd, zijn ingestort, of…?Bij wachttoren nummer 2 is in elk geval wel duidelijk dat hier gewoon een gat in de muur is gemaakt om de treinrails doorheen te leggen. Hier kopen we ons kaartje en we scheuren de laatste kilometers door het kale landschap naar toren nummer 1. De landschappen zijn bizar, haast onaards en als we even een fotostop zien we dat hier ook hele bijzondere wezens leven. Een enorme sprinkhaan die zo uit een science fiction boek afkomstig lijkt zoekt gauw de veilige beschutting van een paar uitgedroogde bosjes op.

Jiayuguan Westelijkste wachttoren Chinese muurEen paar kilometers buiten Jiayuguan staat de meest Westelijkste wachttoren van de Chinese muur

Het uitzicht waar de muur ophoudt en in de diepte de rivier ligt is helemaal geweldig. Het geheel is nog een stukje spannender gemaakt door een lange hangbrug over de rivier, waar wij al wiebelend oversteken. Ook nemen we een kijkje op het glazen uitkijkplatform, waarnaast waaghalzen die de brug een lachertje vinden aan een kabel de diepte over kunnen.

Category: ChinaRondreizenVerre Reizen

Tags:

Reageer!


10 comments

    1. Hoe lang was je in China Eva? En hoe sta je tegenover dit land na die tijd? Wij waren de eerste weken zo enthousiast, maar in de tweede maand kwam er een ommekeer… en na de derde besloten nooit meer terug te gaan. 🙁

  1. Wat een gaaf stukje China! Tijdens mijn reis door het land heb ik helaas het westen over moeten slaan – al ben ik later teruggekomen voor Tibet. (Wat ik geen China vind.)

    Net als jullie deed ik ook altijd mijn vuile was bovenin mijn tas, bij de aanblik van de eerste onderbroek stopt men snel met zoeken.

    1. Ook wij vinden Tibet geen China, net als Oeigoeristan (dat tegenwoordig West China heet… volgens China), maar daar zijn wij dan weer niet geweest. Hoewel we er even aan hebben mogen proeven aan de Noordkant ervan.